Winterklaar.

WP_20161022_12_25_47_Pro

Langzaamaan komt het werk in de tuin tot rust. Er staat nog wel wat groente, maar we hebben expres dit eerste jaar niet teveel koolsoorten en andere hongerlappen in de tuin gezet. Ik weet niet wat de vorige huurder met de grond heeft gedaan en ik heb het gevoel dat de grond wat rust en herstel kan gebruiken.

De grond, die afgedekt is met karton en stro blijkt onder deze laag verbazingwekkend rul te zijn. Waar ik op andere stukken onbedekte grond met moeite een gat kan maken vanwege de droogte, is de bedekte grond zacht en toegankelijk. Ik ben heel benieuwd hoe de grond eruit ziet als het voorjaar aanbreekt.

Op andere stukken heb ik grondverbeteraars ingezaaid. Heel spannend, want die planten maken vooral erg graag nieuw zaad, dus hier hebben we nog wel een paar jaar “plezier ” van. Maar er staat inderdaad geen verder ongewenst groen op hetzelfde stuk. Dus voor dat doel werkte het goed. Nu nog wachten op een paar graden vorst zodat de planten pruttig worden en door de grond gewerkt kunnen worden. En vriest het niet? Dan is het goede composthoopvuller, ondanks de zaden.

En daarnaast heb ik een stuk grond kaal gemaakt, puur om te zien wat het verschil is met de rest van de grond volgend voorjaar.

Eerdaags ga ik nog een keer door de tuin om restanten planten op te ruimen, en dan is dat voorlopig het laatste wat we doen. De tuin is winterklaar.

Maar er zijn altijd plannen leggen we het hoofdpad opnieuw en maken we een koude bak voor het voorjaar. Maar dat zijn klusjes waar we de hele winter tijd voor hebben. En dan nadenken over een nieuw schuurtje en een afdakje… eigenlijk is er nog genoeg te doen deze winter. De tuin winterklaar is dus niet echt aan de orde. 😉

In de tussentijd begint het hele proces weer opnieuw: zaden, aardappels en uien uitzoeken en bestellen. Een nieuw tuinplan voor 2017 maken.  En weer blij vooruit kijken naar het nieuwe tuin seizoen. Laat de winter maar komen.

 

 

We zullen wel zien: nazomeren en nadenken.

 Artisjok en Peruaan

Wat we aan warmte in het begin van de zomer tekort kwamen, maken augustus en september meer dan goed. Alles bloeit en groeit gestaag door. 3 courgetteplanten geven al lange tijd elke paar dagen prachtige courgettes. Jonge artisjokken- en stokrozenplanten beloven volgend jaar een spektakel. De raapjes en bieten groeien gestaag en een weelderig bloeiend bijenmengsel levert voer voor bijen en vlinders (helaas voornamelijk witjes). Maar je merkt dat de dagen korter worden en de planten het wel een beetje gehad hebben. Op het onkruid na: de grassen en de brandnetels groeien in hoog tempo op plekken die je een paar dagen ervoor nog vrij gemaakt had van ongewenste groeisels. En daar gaat nu de meeste aandacht naar uit: onkruid verwijderen in de hoop dat het volgend jaar iets minder zal zijn. IJdele hoop? We zullen zien.

Het schriftje met tuinaantekeningen raakt al lekker vol met aandachtspunten voor volgend jaar. De winter leent zich goed voor het zwaardere werk, zoals opnieuw paadjes leggen, een koude bak en een composthoop timmeren. Misschien komen we zelfs toe aan een nieuw deurtje in het hek. We zullen zien.

Voor nu plukken we nog wat rucola terwijl we in het warme zonnetje zitten. Glimlachen we naar elkaar over wat we afgelopen jaar voor elkaar gekregen hebben, ondanks allerlei lichamelijke tegenslagen en de druk om iets van die grote lap tuin te maken. Toen we nog dachten dat we zo snel mogelijk alles op orde moesten hebben. Nu weten we beter, alles heeft zijn tijd en het komt wel goed.

Verliefd op de volkstuin

Volkstuin roelfien en tim

Terwijl we dagelijks iets uit de tuin eten: aardappeltjes, sperciebonen, snijbonen, courgettes, uien, frambozen, etc, hebben we voor het najaar nog raapjes, venkel en rucola gezaaid. Het zomerseizoen rekken we nog een beetje op. De rode kolen hadden een slechte start, leken te herstellen, maar worden nu opgevreten door slak of rups.  En zo leren we elke dag en van elke groente. Volgend jaar gaan de koolsoorten fijn onder doek en zetten we veel minder sla tegelijkertijd. (Zelfs een kwart zakje zaad levert al tientallen plantjes!)

En we moeten groter leren denken. Ik zit qua afmeting nog steeds in de minituintjes fase, zodat ik rijtjes van een meter maak. Voor sla is dat een aanrader, telkens een meter inzaaien met een maandje tussentijd. Maar niet voor bonen en dopertwjes, daar kun je eigenlijk nooit genoeg van hebben. De sperciebonen en peulen gaan volgend jaar lekker de ruimte krijgen, deels flink de lucht in. Want nu had ik stambonen (die wel beter tegen kou kunnen), maar dat waren 4 maaltjes, terwijl ik later in het zomerseizoen ook prima stokbonen erbij kan zetten waar ik langer plezier van heb.

Dus komend seizoen: in het voorjaar stambonen en erwtjes onder doek, zoals kapucijners en lage peulen zoals de zweedse peulen, die minder kougevoelig zijn.  En dan in juni de hoge stokbonen: snijbonen en sperciebonen

Want ik zie de tuin steeds meer als een plek waar ik groenten en fruit kan kweken, dat zelfs in het oogstseizoen nog erg duur of schaars is. Artisjok, Mierikswortel, we proberen het gewoon. Zelfs mijn Peruaanse aardpeer heeft de drievoudige verhuizing goed overleefd.

Een standaard komkommer mag best, maar daar kom je in de winkels wel in om. Maar augurkjes om zelf in te maken, of wat duurdere vleestomaten, daar maak ik komend jaar ruimte voor. Terwijl ik de kolen wel in de supermarkt of op de markt koop. Ook wil ik de tuin nog iets meer gebruiken voor het kweken van bijzondere eenjarige sierplantjes.

Een aantal bedden zijn nu bedekt met karton en stro en mogen lekker tot volgens voorjaar tot rust komen. Een bed dat veel te veel belopen werd door verbouwingen is nu ingezaaid met grondverbeteraars bijenmengsel. De wortels maken de grond luchtig en geven er stikstof af als goede voeding voor de grond. Hopelijk gaat het even vriezen deze winter, dan kan het vergane blad door de grond gewerkt worden.

Eigenlijk barst ik van de ideeen. En ik loop ook graag wekelijks een rondje over de volkstuinen om te zien hoe anderen het doen. Ik heb aardige buren op de tuin, die goede tips geven. Ookal verschilt mijn manier van tuinieren met die van hen, in de basis denken we hetzelfde: geen gif, geen gewasbescherming en geen onkruidbestrijders. En verder doet iedereen wat hij of zij leuk vindt. Veel sierbloemen kleuren de randen van de tuinen, waarbij stokrozen en rozen favoriet zijn. Maar er staan bij de meeste tuiniers ook veel bloemen voor vlinders en bijen. Ik vind dat echt een heerlijke manier van tuinieren. We nemen niet alleen maar, we geven ook wat terug.

Het is september en ik ben blij met mijn volkstuin!

Alles voor de oogst?

Als de uien over het touw hangen te drogen staan we intens gelukkig samen naar onze oogst te kijken. Ons eerste jaar en al zoveel opbrengst. Dan plukken we een paar mooie courgettes van de planten en snij ik een flink bos snijbiet, terwijl er nog genoeg staat voor de rest van de zomer.  Al die zware arbeid van het afgelopen jaar betaalt zich nu terug.

Uienoogst

En toch … is het dan alleen maar de oogst waar het om gaat? Is de weg naar de oogst eigenlijk niet net zo leuk? Een groene tuin, terwijl je op je hurken tussen de groenten zit om de nieuw gezaaide raapjes uit te dunnen.  In de bomen zitten de vogels te roepen dat ze omgewoelde grond willen bekijken. De bessen die glimmen in het zonlicht.

De tuin begint een mooie plek te worden waar het fijn is om te zitten, een praatje te maken met de buren over hoe zij de aardbeien stekken en waar de belofte voor volgend jaar al in de lucht hangt.

Dus nee, het is niet alleen de oogst. Want die kan nog veel groter. Maar daar zit de lol niet in. De lol zit in het kweken van groenten, die je niet zo vaak ziet. In het telen van fruit waar je nooit genoeg van kan hebben. De lol zit ook in de manier waarop we omgaan met de grond. Hoe houden we de klei zacht als de zon hem bakt? Hoe putten we haar niet uit zodat er volgend jaar ook nog genoeg voeding in de bodem zit? Hoe geven we de aarde zelfs wat terug om op adem te komen?

Maar de oogst is absoluut de kroon op het werk. Aan de kwaliteit van je oogst zie je niet altijd je harde werken terug. Sommige planten laten het afweten, komen zelfs niet op of kwijnen weg ondanks de goede zorgen. Maar alles wat wel lukt geeft zoveel energie dat de miskleunen snel vergeten zijn. Want tegen het plezier van een mooie oogst kan weinig op.

Pronkbonen

Halleluja, een volkstuin!

aardappelbloemenWat ze je niet vertellen bij al die mooie Facebook- en Instagramfoto’s van mooie romantische moestuinen, vol prachtige sierbiet, elegante bonenstaken en rondborstige kroppen sla, is dat je er heel hard aan moet werken.
Vooral het eerste jaar is zwaar, als je de tuin net krijgt en je geen idee hebt welke erfenis er in de grond zit van je voorganger.

Wij kregen onze volkstuin in januari en dan ziet het er lekker prutterig uit, met veel graspollen en nog een hoop achtergelaten koolstronken. Het hek lag half op de grond en de afrastering aan de zijkant was heel rommelig. De buren op de tuin gaven de tip: “Zorg voor een lekker plekje om te zitten en ga dan stap voor stap aan het werk, het eerste jaar is het zwaarst. Maar zorg dat het leuk blijft”.

Vol goede moed begonnen we aan ons avontuur,, dus we wilden eerst een nieuw hek, zodat het er weer een beetje netjes uitziet. Na een paar weekenden zagen en timmeren bij ongeveer 5 graden stond er een hek dat in het oog der timmermannen waarschijnlijk niet door de beugel kan, maar we zijn er zelf blij genoeg mee. Daarna sjouwden we met tegels, die al overal in de tuin lagen als paadjes in allerhande grillige vormen. De grond was lekker zacht, dus de tegels lagen al snel op een rij naar achteren zodat we makkelijk bij het vervallen schuurtje konden komen zonder weg te zakken in de klei.  In de tussentijd kwamen er wat persoonlijke situaties die aandacht vereisten en de tuin kreeg wat minder tijd. Maar in maart gingen we met goede moed weer verder met het weghalen van de graspollen. Want dan hebben we de grond mooi schoon en kunnen we fijn gaan zaaien.

Dachten we.

Want toen werd het warmer en kwam de grond geheel tot leven. De moed zakte mij toen in de schoenen. Overal kwam braam, zevenblad, heermoes, nog veel meer gras, ladingen brandnetels en niet te vergeten grote pollen lavas omhoog. Terwijl we aan de ene kant de boel onkruidvrij probeerden te maken, sprong aan de andere kant alle onkruid in bloei. Vooral het gras kan er geen genoeg van krijgen. Dus met zere ruggen van al het onkruid weghalen zien we het zaad van het gras rondvliegen, terwijl het zevenblad na 4 x schoffelen weer terugkomt. Kruipboterbloem en haagwinde kwamen daarna nog even vertellen dat ze toch echt sneller konden groeien dan de schattige zaailingen uit mijn vensterbank.

En dan moet de grond nog verbeterd. De heerlijke zompige klei van de winter werd in het droge voorjaar een harde betonlaag waarin het niet meer lukte om de graspollen weg te halen. De tuinklauw kwam niet meer in de grond. Zodra het geregend had, gingen we met zakken compost, houtsnippers, stro en potgrond aan de slag om de grond bewerkbaar te maken, meter na meter.

Bij het schuurtje ligt onder een dikke laag onkruid zowaar een stenen plaatsje waar we kunnen zitten en de buren benadrukken nogmaals: “maak een fijn plekje en neem de tijd voor de rest.” Ja ja, geen tijd, we moeten aan de slag, want het moet af, de tuin moet netjes.

220 m2 tuin lijkt dan een voetbalveld groot!

Vaak verzuchtend en regelmatig tierend (vooral ik, Tim bleef er wel in geloven) gingen we verder. Stap voor stap, beetje bij beetje kwamen er gewenste planten in de grond. Bomen en struiken werden gepland. Er bleken ook heerlijke rabarberplanten te staan en dat was ook onze eerste oogst.  De eerste stukken grond waren goed zacht en op de door het complex aangewezen plek werden de aardappels gepoot.  Want de zomer is maar kort en we moeten snel zorgen dat in april en mei alles de grond in is, zodat we de rest van de zomer kunnen oogsten.  Veel te snel en veel te veel. Onze lijven gaven aan: en nu rustig aan. Het neigt teveel naar onbetaald werk in plaats van lekker hobbyen. Eigenlijk ben ik er dan wel klaar mee, ondanks dat de eerste kroppen sla geoogst worden.

Er blijkt een heel aardbeienveldje te liggen, overwoekerd met boterbloemen. Na een aantal avonden flink pollen uit steken komen de aardbeienplantjes tevoorschijn. Flinke laag stro eromheen en dan maar afwachten of er nog aardbeien aan komen. Hoe oud zijn die planten?  En ja hoor, ze beginnen flink te bloeien. Een eindje naar achteren leg ik een aardbeienveldje aan met nieuwe stekken, zodat we zeker zijn van verse aardbeitjes.  De frambozen komen op, de bessenstruiken lopen uit en we blijken een vlierstruik op eigen terrein te hebben. De appelbomen slaan aan en de hazelnoten komen goed in het blad. Doperwtjes en de pronkbonen hebben de slakkenaanvallen overleefd.

En dan krijg ik er eindelijk een beetje lol in, ondanks dat alles, en dan ook echt alles, opgevreten wordt door de slakken.  Langzaamaan komt het gewenste paradijsje naar de oppervlakte. Nog steeds voornamelijk moestuinerig en weinig romantisch, maar dat komt wel. We eten sla, spinazie (die na twee keer oogsten gezellig in de bloei schiet omdat het veel te vroeg gezaaid is) en de eerste bietjes zijn geoogst. Het is nu juni 2016 en de afgelopen dagen keken we vanaf onze stoeltjes naar het resultaat tot nu toe en we zijn tevreden. Er moet nog heel veel gebeuren, er zijn nog heel veel plannen uit te voeren. Maar dat gevoel van teleurstelling, wat ik in maart/april had, dat is weg.

En 1 ding weet ik wel: het begint nooit met een mooi schoon stukje grond waar je alleen nog maar een voortje in hoeft te trekken om de zaaisels in te doen. Het begint met zwoegen en zweten, met een grond, die je niet kent en die elk seizoen weer iets prijsgeeft wat je meestal niet wenste. Maar we laten ons nu verrassen. Het seizoen is nog lang, we hebben alle tijd. En dat hadden we niet door.

Dus als je beteuterd naar je nieuwe stuk tuin kijken en niet weet waar te beginnen: gewoon ergens beginnen en het komt echt goed. En maak dat plaatsje om te zitten! De buren op de tuinen hebben dezelfde ervaringen, leer van ze. En ga er regelmatig zitten om te zien dat je weer een metertje opgeschoten bent en dat je daar toch weer een krop sla hebt weten te laten groeien.

Ja, absoluut Halleluja, een volkstuin!

Huidige situatie van de tuin:

WP_20160612_11_18_21_Pro

aardappelbloemen

Het geluk van zelf zaaien.

Als je snel kleur in de tuin wilt, dan is het tuincentrum de perfecte plek, zowel voor eenjarige als voor vaste planten.

Maar als je iets speciaals wilt, dan moet je langs speciale kwekers of je koopt er zelf zaad van en ga je de planten zelf kweken. Ik doe graag beiden: langs kwekers of kleine tuincentra die hun eigen assortiment kweken, maar steeds vaker bestel ik het zaad.

Als het lukt om het zaad te laten ontkiemen naar plantjes, dan heb ik vaak veel en dan deel ik ze graag uit. Een zakje zaad kost net zo veel als 1 plantje, dus als het lukt om er 20 te kweken, dan is dat een leuke besparing.

En natuurlijk mislukt er ook vaak iets. Sommige zaden vragen een speciale behandeling: koelkast in en uit, donker, lichter, en dan is het zaad vaak zo klein dat je je afvraagt hoe dat ooit een flinke plant moet worden.  Ik probeer het twee keer en als het dan nog niet lukt, dan rij ik naar een kweker, als ik die plant echt belangrijk vind. Maar meestal lukt het de tweede keer wel.

Dit jaar zie ik het resultaat van het in leven houden van al die potjes Veldsalie (Salvia Pratensis),  vorig jaar.

Mooie sierlijke aren met diepblauwe bloemen.

Het is gelukt, ik ben gelukkig. En de bijen en hommels ook.

Waar word jij blij van in de tuin? Welk succesje zie je vandaag terug in de tuin, waar je vorig jaar aan gewerkt hebt?

Salvia pratensis
Veldsalie

 

 

Gele lieveling.

De gevlekte gele dovenetel

20 jaar geleden zag ik in de tuin van een vriendin dit schattige, 10 cm hoge plantje met zijn gele bloemetjes in een krans tussen de zilvergevlekte blaadjes. Verliefd! Die wilde ik ook in mijn tuin. Het bleek de gevlekte gele Dovenetel, eigenlijk een heel gewoon plantje wat veel voorkomt. Hoe dan ook, hier wilde ik een tuin vol mee! Dat kon makkelijk, want de plant maakt lange uitlopers waaraan nieuwe plantjes komen. Dus stekjes bij de vriendin meegenomen en in de eigen tuin gezet.

Daar had dit plantje het niet makkelijk. Hier en daar probeerde de Dovenetel er wel tussendoor te komen, maar uitbundig werd de bloei nooit. Ondanks dat hij goed tegen schaduw kan, werd hij toch verdrukt in het gedrang van de hogere buren.

Toen kwam de nieuwe tuin en daar was wel ruimte voor lage beplanting. Vanuit de oude tuin heb ik stekjes van de gele Dovenetel meegenomen en een prominente plek naast het pad gegeven. En ja hoor, de 10 cm hoge stengeltjes met de gele bloemenkransjes zijn nu, in april, prachtig te zien. De lange uitlopers slingeren zich gezellig tussen de andere planten door, dus de komende jaren bloeit dit lieve, vrolijke plantje op meerdere plekken in de border. De gevlekte gele Dovenetel, eigenlijk hoort hij in elke tuin thuis met zijn vrolijke uiterlijk.

Op de pagina Wildeplanten.nl staat meer informatie en een aantal prachtige botanische tekeningen.

En wil je een stekje? Laat het mij weten, dan zorg ik ervoor.

De gevlekte gele dovenetel

Gepriegel met plantjes

Mooi tekenen kan ik niet, mijn handschrift is net leesbaar.

Maar gepriegel met plantjes, daar kan ik wel geduld voor opbrengen. Misschien omdat ze leven, die kleine zaailingen. Goed voor ze zorgen, met hun worteltjes in fijne grond waar ze alles vinden om groot te worden. Iets leukers is er bijna niet.

Natuurlijk gaat er regelmatig van alles mis: te snel naar buiten waar het opeens toch weer te koud en te nat is.  Windvlagen, die de zaailingen met bakje en al door de tuin blazen. Maar als ze dat overleven en de grond is warm genoeg, dan mogen ze in de tuin. Dat geldt zowel voor de sier als voor de moestuin.

Ik ben nogal slecht in het onthouden waar ik wat heb neergezet, dus dat leidt meestal tot verrassingen: planten die nogal dicht op elkaar staan of qua kleur niet helemaal volgens het kleurenschema bij elkaar horen. Maar ik vind eigenlijk alle kleuren bij elkaar wel mooi, stoort het nooit. Als ze dicht bij elkaar staan, steunen ze elkaar vaak ook goed. En anders verplaats ik ze voorzichtig alsnog ietsje verderop.

Maar nu zitten we nog in de fase van bakken vol kleine plantjes.  Zo moeten deze kleine friemeltjes

zaailing fazantenbes

uitgroeien tot prachtige struiken: Fazantenbes

fazantenbes

Voor de moestuin staan de jonge bietjes, koolrabi, zonnebloemen, bleekselderij, pompoenen en afrikaantjes al klaar in de bakjes. De Oost-Indische kers is net gezaaid.

zaailadder

Ongeduldig als ik ben heb ik de pronkbonen al voorgezaaid. Wat zo goed ging dat ik nu met veel te grote planten zit. Nog niet eerder had ik deze bonen en je ziet ze gewoon groeien. Dus heb ik de planten getopt in de hoop dat ik daarmee, net als bij de sierplanten, stevigere planten maak, die meer zijscheuten aanmaken. Geen idee of dat werkt bij stokbonen, maar gelukkig heb ik nog een half zakje om straks in de koude grond bij te zaaien. De planten mogen overdag naar buiten om af te harden. Maar ’s nachts gaan ze naar binnen om te voorkomen dat ze te koud staan.

pronkbonen

Morgen gaan we weer naar de moestuin om ladingen onkruid te wieden en de jonge plantjes een plekje te geven.

 

Moestuin, romantisch? Of een wedstrijd?

Nu het tuinseizoen weer begonnen is staan bladen en social media vol met (moes)tuin items. Mijn beeldscherm wordt gevuld met jong groen van de mooiste zaailingen en plantjes en zij die een kas hebben, oogsten al de eerste sla en radijsjes.
Wie heeft de eerste zaailingen, wie heeft de eerste plantjes? Wie kan het eerste oogsten en bij wie ziet de tuin er het weelderigst uit? Je moet bijna wel een professionele teler zijn, als je erbij wilt horen.

Inclusieve tuin in Appeltern
Inclusieve tuin in Appeltern

Pittoreske buurtmoestuinen, waarin buren samenwerken aan een eetbaar plaatsje groen tussen de huizen en waar jong en oud gezellig samen komen om te oogsten en te feesten. Volkstuincomplexen waar het een drukte van belang is met jonge mensen, die allemaal hun grond bewerken zodat hun kinderen fijn doperwtjes kunnen oogsten en worteltjes rechtstreeks uit de grond kunnen eten. De romantiek van het tuinieren is op papier en beeldscherm groter dan in werkelijkheid. De meeste mensen moeten het doen met hun eigen tuintje of balkon en leuk samen tuinieren, tja, je hebt de buren amper gezien in de buurtmoestuin afgelopen jaar. De volkstuin blijkt een rommelige hoeveelheid schuurtjes en kasjes en je ziet er alleen oude mannen lopen.

De AH moestuintjes staan bij veel mensen te verpieteren in de vensterbank, omdat je geen idee heeft wat je ermee moet doen nadat de zaadjes ontkiemd zijn. Vensterbanken vol bakjes en als alles opkomt in huis, dan blijkt dat er buiten eigenlijk net iets te weinig plek is voor al die ruimte eisende groenten.  Als je de jonge groenten gezellig in potten op je terras zet, blijken die potten elke dag om water te vragen, ook als je een weekendje weg wilt. Terug van een paar dagen Texel blijken de planten in de felle voorjaarszon met een beetje nachtvorst als verlepte oudjes in de potten te hangen. Op vakantie moet de oppas niet alleen op de katten letten maar ook op de tientallen potten op het balkon, die na een paar buien en winderige dagen in juni, opeens allemaal door elkaar groeien en omgewaaid zijn.

Zelf heb ik geleerd dat alles valt en staat met de tijd die je eraan uit wilt trekken en de ruimte die je hebt.

Een mooie kruidenbak of een paar potten met een groente die je lekker vindt, is vaak al meer dan voldoende. Die vinden altijd wel een plekje. En neem iets wat je kunt beheersen. Een tomatenplant met je eigen geteelde zoete tomaatjes is geweldig, maar vereist een hoop zorg, de juiste plek, beschutting en een hoop vocht rondom de voeten en niet op het blad. Nou, ga daar maar aan staan op je balkon of in je tuin op het noordoosten. En dat geldt ook voor komkommer, meloen etc. Leuke planten, maar eigenlijk moet je er een kasje voor hebben. Dus neem planten die tegen een stootje kunnen. Koolrabi en gekleurde snijbiet, veldsla en tuinkers, je kunt er weinig fout aan doen, zolang ze maar genoeg water krijgen.

Natuurlijk moet je alles gewoon proberen, maar bedenk wat je deze zomer wilt doen? Want wie de hele maand augustus lekker op pad is, kan beter groenteplantjes kopen die je in juni en juli al kan oogsten, zoals sla en radijs, spinazie etc. En heb je geen oppas voor de planten? Neem geen moeilijke planten die snel last hebben van te weinig verzorging omdat allerlei insecten ze ook lekker vinden of omdat ze bij een beetje tocht of kou al het loodje leggen.

En mislukt het? Het seizoen is lang genoeg voor de meeste groenten om het nog eens te proberen.  Een paar aardbeienplanten in een bak en een paar tenen knoflook in een pot geven al heel wat voldoening met alleen wat water geven. Je eigen oogst is geweldig. Maar het moet wel leuk blijven.

pompoen en bleekselderij
pompoen en bleekselderij, de een wordt meters lang en de ander vraagt speciale verzorging en aandacht.

 

 

We mogen weer zaaien!

Eindelijk begint het leuke werk weer: Zaaien!  Overal staan bakjes zaaigoed in huis, zodat in mei de plantjes al mooi stevig de tuin in kunnen. Bietjes, pompoenen, koolrabi, bleekselderij, maar ook sla en bonen kunnen al binnen gezaaid worden.

Dus ik ben met zaaigrond aan de slag en bakjes van allerlei herkomst, vooral champignonbakjes en fruitbakjes doen het perfect. Natuurlijk kan ik bij het tuincentrum prachtige grote zaaibakken kopen, maar ik werk al jaren met deze bakjes die ik de winter door spaar. Zo gebruik ik ze twee tot drie keer in plaats van meteen na het leegeten weggooien. En ik kan ze makkelijker kwijt op de vensterbanken. Onderin de bakjes maak ik gaatjes om teveel aan water kwijt te kunnen. Op de dekseltjes schrijf ik wat er in zit en dan plak ik de dekseltjes met   een plakbandje zachtjes vast. Als de zaailingen opkomen zet ik de dekseltjes steeds iets verder open zodat ze goed omhoog kunnen groeien.

Ik gebruik maximaal de helft van het zaaigoed, zodat ik een reserve heb voor als het mislukt of om later extra buiten bij te zaaien.

Elke dag controleer ik of de zaaibakjes nog vochtig genoeg zijn en dan geef ik ze voorzichtig water zonder de jonge zaailingen omver te spoelen. Maar niet te vochtig, want dan beschimmelt de aarde en gaan de plantjes dood. En dan wachten, geduldig wachten, blij zijn met de eerste groene puntjes boven de grond.

Zaaibakjes 1   Zaaibakjes 2