Tuinieren in november

moestuin in november

moestuin in november

Het is november en het wordt steeds stiller op de volkstuin. Het is vroeg donker,  dus beperk ik mijn tuinwerk tot overdag. Maar het is heerlijk om op de tuin te zijn en er is altijd iets te doen. Dit weekend hebben we de champost uitgereden over de tuin. 10 kruiwagens vol warme afgewerkte champignonnencompost vormen mooie bruine beschermlagen tussen de aardbeien en op de grond, die wel wat herstel kan gebruiken na een intensief tuiniersseizoen. Ook de geadopteerde bessenstruiken en andere nieuwe planten krijgen wat extra bescherming op de voeten. Vorig jaar stonden we nog samen onder een lekkend afdakje te schuilen als het opeens begon te regenen. Nu zitten we op een stoel in ons tuinhuisje uit te puffen en te wachten op een droog moment. En dat voelt als kamperen, ookal blijven we er niet slapen. Als we op de tuin zijn, voelt het als een kleine vakantie. Ondanks het gesjouw met zware stenen en het snoei- en schoffelwerk. 200 m2 klein geluk. De belofte van het nieuwe tuinseizoen laat zich al zien als de zon de hazelnootkatjes laat glimmen en de boerenkool nog fier boven de grond staat. We hebben een hoop werk verricht dit jaar. Veel zwaar werk met de harde materialen zodat er soms te weinig tijd was voor uitgebreid groente telen. Maar dat gaan we komend jaar inhalen. Dan hoeft er alleen maar onkruid gewied en veel groenten en fruit gekweekt te worden. Komende twee maanden snoeien we de bomen en de struiken. En maken we in de avonden de plannen voor het nieuwe zaaiseizoen.

 

Please follow and like us:

Verliefd op de volkstuin

Volkstuin roelfien en tim

Terwijl we dagelijks iets uit de tuin eten: aardappeltjes, sperciebonen, snijbonen, courgettes, uien, frambozen, etc, hebben we voor het najaar nog raapjes, venkel en rucola gezaaid. Het zomerseizoen rekken we nog een beetje op. De rode kolen hadden een slechte start, leken te herstellen, maar worden nu opgevreten door slak of rups.  En zo leren we elke dag en van elke groente. Volgend jaar gaan de koolsoorten fijn onder doek en zetten we veel minder sla tegelijkertijd. (Zelfs een kwart zakje zaad levert al tientallen plantjes!)

En we moeten groter leren denken. Ik zit qua afmeting nog steeds in de minituintjes fase, zodat ik rijtjes van een meter maak. Voor sla is dat een aanrader, telkens een meter inzaaien met een maandje tussentijd. Maar niet voor bonen en dopertwjes, daar kun je eigenlijk nooit genoeg van hebben. De sperciebonen en peulen gaan volgend jaar lekker de ruimte krijgen, deels flink de lucht in. Want nu had ik stambonen (die wel beter tegen kou kunnen), maar dat waren 4 maaltjes, terwijl ik later in het zomerseizoen ook prima stokbonen erbij kan zetten waar ik langer plezier van heb.

Dus komend seizoen: in het voorjaar stambonen en erwtjes onder doek, zoals kapucijners en lage peulen zoals de zweedse peulen, die minder kougevoelig zijn.  En dan in juni de hoge stokbonen: snijbonen en sperciebonen

Want ik zie de tuin steeds meer als een plek waar ik groenten en fruit kan kweken, dat zelfs in het oogstseizoen nog erg duur of schaars is. Artisjok, Mierikswortel, we proberen het gewoon. Zelfs mijn Peruaanse aardpeer heeft de drievoudige verhuizing goed overleefd.

Een standaard komkommer mag best, maar daar kom je in de winkels wel in om. Maar augurkjes om zelf in te maken, of wat duurdere vleestomaten, daar maak ik komend jaar ruimte voor. Terwijl ik de kolen wel in de supermarkt of op de markt koop. Ook wil ik de tuin nog iets meer gebruiken voor het kweken van bijzondere eenjarige sierplantjes.

Een aantal bedden zijn nu bedekt met karton en stro en mogen lekker tot volgens voorjaar tot rust komen. Een bed dat veel te veel belopen werd door verbouwingen is nu ingezaaid met grondverbeteraars bijenmengsel. De wortels maken de grond luchtig en geven er stikstof af als goede voeding voor de grond. Hopelijk gaat het even vriezen deze winter, dan kan het vergane blad door de grond gewerkt worden.

Eigenlijk barst ik van de ideeen. En ik loop ook graag wekelijks een rondje over de volkstuinen om te zien hoe anderen het doen. Ik heb aardige buren op de tuin, die goede tips geven. Ookal verschilt mijn manier van tuinieren met die van hen, in de basis denken we hetzelfde: geen gif, geen gewasbescherming en geen onkruidbestrijders. En verder doet iedereen wat hij of zij leuk vindt. Veel sierbloemen kleuren de randen van de tuinen, waarbij stokrozen en rozen favoriet zijn. Maar er staan bij de meeste tuiniers ook veel bloemen voor vlinders en bijen. Ik vind dat echt een heerlijke manier van tuinieren. We nemen niet alleen maar, we geven ook wat terug.

Het is september en ik ben blij met mijn volkstuin!

Please follow and like us:

Halleluja, een volkstuin!

aardappelbloemenWat ze je niet vertellen bij al die mooie Facebook- en Instagramfoto’s van mooie romantische moestuinen, vol prachtige sierbiet, elegante bonenstaken en rondborstige kroppen sla, is dat je er heel hard aan moet werken.
Vooral het eerste jaar is zwaar, als je de tuin net krijgt en je geen idee hebt welke erfenis er in de grond zit van je voorganger.

Wij kregen onze volkstuin in januari en dan ziet het er lekker prutterig uit, met veel graspollen en nog een hoop achtergelaten koolstronken. Het hek lag half op de grond en de afrastering aan de zijkant was heel rommelig. De buren op de tuin gaven de tip: “Zorg voor een lekker plekje om te zitten en ga dan stap voor stap aan het werk, het eerste jaar is het zwaarst. Maar zorg dat het leuk blijft”.

Vol goede moed begonnen we aan ons avontuur,, dus we wilden eerst een nieuw hek, zodat het er weer een beetje netjes uitziet. Na een paar weekenden zagen en timmeren bij ongeveer 5 graden stond er een hek dat in het oog der timmermannen waarschijnlijk niet door de beugel kan, maar we zijn er zelf blij genoeg mee. Daarna sjouwden we met tegels, die al overal in de tuin lagen als paadjes in allerhande grillige vormen. De grond was lekker zacht, dus de tegels lagen al snel op een rij naar achteren zodat we makkelijk bij het vervallen schuurtje konden komen zonder weg te zakken in de klei.  In de tussentijd kwamen er wat persoonlijke situaties die aandacht vereisten en de tuin kreeg wat minder tijd. Maar in maart gingen we met goede moed weer verder met het weghalen van de graspollen. Want dan hebben we de grond mooi schoon en kunnen we fijn gaan zaaien.

Dachten we.

Want toen werd het warmer en kwam de grond geheel tot leven. De moed zakte mij toen in de schoenen. Overal kwam braam, zevenblad, heermoes, nog veel meer gras, ladingen brandnetels en niet te vergeten grote pollen lavas omhoog. Terwijl we aan de ene kant de boel onkruidvrij probeerden te maken, sprong aan de andere kant alle onkruid in bloei. Vooral het gras kan er geen genoeg van krijgen. Dus met zere ruggen van al het onkruid weghalen zien we het zaad van het gras rondvliegen, terwijl het zevenblad na 4 x schoffelen weer terugkomt. Kruipboterbloem en haagwinde kwamen daarna nog even vertellen dat ze toch echt sneller konden groeien dan de schattige zaailingen uit mijn vensterbank.

En dan moet de grond nog verbeterd. De heerlijke zompige klei van de winter werd in het droge voorjaar een harde betonlaag waarin het niet meer lukte om de graspollen weg te halen. De tuinklauw kwam niet meer in de grond. Zodra het geregend had, gingen we met zakken compost, houtsnippers, stro en potgrond aan de slag om de grond bewerkbaar te maken, meter na meter.

Bij het schuurtje ligt onder een dikke laag onkruid zowaar een stenen plaatsje waar we kunnen zitten en de buren benadrukken nogmaals: “maak een fijn plekje en neem de tijd voor de rest.” Ja ja, geen tijd, we moeten aan de slag, want het moet af, de tuin moet netjes.

220 m2 tuin lijkt dan een voetbalveld groot!

Vaak verzuchtend en regelmatig tierend (vooral ik, Tim bleef er wel in geloven) gingen we verder. Stap voor stap, beetje bij beetje kwamen er gewenste planten in de grond. Bomen en struiken werden gepland. Er bleken ook heerlijke rabarberplanten te staan en dat was ook onze eerste oogst.  De eerste stukken grond waren goed zacht en op de door het complex aangewezen plek werden de aardappels gepoot.  Want de zomer is maar kort en we moeten snel zorgen dat in april en mei alles de grond in is, zodat we de rest van de zomer kunnen oogsten.  Veel te snel en veel te veel. Onze lijven gaven aan: en nu rustig aan. Het neigt teveel naar onbetaald werk in plaats van lekker hobbyen. Eigenlijk ben ik er dan wel klaar mee, ondanks dat de eerste kroppen sla geoogst worden.

Er blijkt een heel aardbeienveldje te liggen, overwoekerd met boterbloemen. Na een aantal avonden flink pollen uit steken komen de aardbeienplantjes tevoorschijn. Flinke laag stro eromheen en dan maar afwachten of er nog aardbeien aan komen. Hoe oud zijn die planten?  En ja hoor, ze beginnen flink te bloeien. Een eindje naar achteren leg ik een aardbeienveldje aan met nieuwe stekken, zodat we zeker zijn van verse aardbeitjes.  De frambozen komen op, de bessenstruiken lopen uit en we blijken een vlierstruik op eigen terrein te hebben. De appelbomen slaan aan en de hazelnoten komen goed in het blad. Doperwtjes en de pronkbonen hebben de slakkenaanvallen overleefd.

En dan krijg ik er eindelijk een beetje lol in, ondanks dat alles, en dan ook echt alles, opgevreten wordt door de slakken.  Langzaamaan komt het gewenste paradijsje naar de oppervlakte. Nog steeds voornamelijk moestuinerig en weinig romantisch, maar dat komt wel. We eten sla, spinazie (die na twee keer oogsten gezellig in de bloei schiet omdat het veel te vroeg gezaaid is) en de eerste bietjes zijn geoogst. Het is nu juni 2016 en de afgelopen dagen keken we vanaf onze stoeltjes naar het resultaat tot nu toe en we zijn tevreden. Er moet nog heel veel gebeuren, er zijn nog heel veel plannen uit te voeren. Maar dat gevoel van teleurstelling, wat ik in maart/april had, dat is weg.

En 1 ding weet ik wel: het begint nooit met een mooi schoon stukje grond waar je alleen nog maar een voortje in hoeft te trekken om de zaaisels in te doen. Het begint met zwoegen en zweten, met een grond, die je niet kent en die elk seizoen weer iets prijsgeeft wat je meestal niet wenste. Maar we laten ons nu verrassen. Het seizoen is nog lang, we hebben alle tijd. En dat hadden we niet door.

Dus als je beteuterd naar je nieuwe stuk tuin kijken en niet weet waar te beginnen: gewoon ergens beginnen en het komt echt goed. En maak dat plaatsje om te zitten! De buren op de tuinen hebben dezelfde ervaringen, leer van ze. En ga er regelmatig zitten om te zien dat je weer een metertje opgeschoten bent en dat je daar toch weer een krop sla hebt weten te laten groeien.

Ja, absoluut Halleluja, een volkstuin!

Huidige situatie van de tuin:

WP_20160612_11_18_21_Pro

aardappelbloemen

Please follow and like us:

Eindelijk een echte volkstuinder

Voordat ik naar Nobelhorst verhuisde stond ik ingeschreven voor een volkstuintje. Geïnspireerd door een oude vriendin, die altijd enthousiast vertelde over haar volkstuin, de groenten en fruit die eruit kwamen en alle kleine wondertjes die er plaats vonden, schreef ik mij na 2 jaar wikken en wegen in voor een lapje grond. Want ik besefte dat een grote moestuin wel wat anders is dan een bordertje langs je terras. Hard werken en veel leren.

Ik kwam op een wachtlijst, want in de tussentijd werd een volkstuintje superhip en wilde iedereen verse groenten uit eigen tuin. In april 2013 kochten we ons nieuwe huis en werden vlak om de hoek kleine moestuintjes van 8 m2 uitgegeven. Op de dag dat ik het kleine moestuintje huurde, kreeg ik ook bericht dat er plaats was op het volkstuinencomplex. Die tuin heb ik toen afgezegd, want dat was niet meer nodig, ik ging het eerst wel op die 8 meter proberen. Er was weinig animo voor de kleine tuintjes, dus huurde ik nog een tuintje en zo kon ik met mijn 16 m2 lekker aan de slag. Er was net genoeg ruimte voor wat afwisseling en de mogelijkheid om biologisch te tuinieren. Daar heb ik een jaar lang ontzettend veel plezier van gehad. De grond begon eindelijk goed te worden, de opbrengst werd langzaamaan beter. Ik heb er veel van geleerd.


mijn minimoestuintje

Maar zoals dat gaat: de wijk groeide en er ontstond er toch een wachtlijst voor de moestuintjes, zodat ik 1 tuintje inleverde om anderen ook de kans te geven om te tuinieren. Maar dat werkte niet, die 8 meter was ik allang ontgroeid. De grond raakte veel te snel uitgeput en wisselteelt was al helemaal niet mogelijk. Dus bedacht ik dat het toch ook mogelijk moest zijn om een echt volkstuinencomplexje op te richten in de buurt van Nobelhorst, wat een dorps karakter moet krijgen.

Wat is een dorp zonder volkstuinen? Er was ook animo van andere buren, dus samen met een buurvrouw bedachten we een idee voor de moestuinen.

Ik belde de gemeente met de vraag hoe ik dat moest aanpakken. Al snel volgde er een leuk gesprek met een mevrouw, die mij adviseerde om er ook andere partijen bij te betrekken en zo een goed stevig plan te maken. En zij zag zeker mogelijkheden en zou de juiste mensen inschakelen bij de gemeente om een mogelijke plek te bepalen.

En dat lukte: een bestaande volkstuinvereniging wilde het beheer en administratie wel op zich nemen en in een tweede gesprek bij de gemeente bleek dat er ook wel wat mogelijkheden waren als we maar geen definitieve plek eisten. Er lagen nog ergens bij de gemeente wat ongebruikte hekken en wellicht konden we een stukje wijkbudget aanboren voor een pomp op het nieuwe complexje. Op dat moment dacht ik echt dat het zou lukken. Het was een kwestie van tijd en van de puntjes op de i.

Het zouden 10 moestuinen van 100 meter worden voor 5 jaar. We zouden na 4 jaar horen of we er konden blijven of niet en dan zouden we eventueel moeten verhuizen. Dat is smalle basis om mee aan de slag te gaan, maar als de gemeente ons wil helpen om na die 5 jaar elders een nieuwe plek te krijgen, dan is het de moeite waard. Dat wilde men echter niet toezeggen zodat de vereniging zich terug trok. Vanuit de nieuwe bewoners was er wel animo, maar niet om veel energie en geld te steken in iets wat je na 5 jaar weer mag opruimen zonder enig vooruitzicht daarna. Opeens bleek ook de grond toch al een bestemming voor toekomstige woningbouw te hebben, wat eerder niet het geval was. Toen heb ik het plan stopgezet.

Maar dan ben je een jaar verder en een illusie armer. En heb ik nog steeds niet de gewenste moestuin.

Ik heb mij opnieuw weer ingeschreven op de bestaande volkstuincomplexen. Maar overal zijn wachtlijsten, terwijl je handen kriebelen. Als je in het najaar al kunt beginnen, heb je een voorsprong in het voorjaar. Ik merkte dat ik steeds ongeduldiger werd.

En opeens kwam daar het bericht: er komen een paar tuinen vrij, je kunt komen kijken of je het wat vindt…

Het voelt nog onwerkelijk, gaat het dan echt gebeuren? Maar ik ben er zeker van: ik krijg nu mijn volkstuin!

In de categorie “uit de moestuin’ hier op de Tuinkamer van Almere houd ik je op de hoogte over mijn pogingen 220 m2 grond om te zetten naar een fijne plek, die  groenten, fruit en wie weet wat meer oplevert.

In gedachten zie ik mijn oude vriendin, met haar zwarte voeten van de aarde en haar grote grijns en in haar handen een lading verse groenten. Zij is er niet meer, maar haar enthousiasme neem ik opnieuw mee in mijn nieuwe tuin.

moestuin-appeltern

Please follow and like us: